Terwijl het Westen desintegreert, bouwt Xi verder aan zijn eigen internationale gemeenschap
Europa kan veel leren van de democratische landen in Azië, die al langer op de voorste rij zitten van de geopolitieke omwenteling.
De woorden van Mark Carney in Davos resoneren vijf maanden later nog bij veel Europeanen. De Amerikaanse president Donald Trump maakte op dat moment aanstalten om Groenland illegaal binnen te vallen. De Canadese premier riep toen de internationale gemeenschap op niet langer aan de leiband van Trump te lopen. Ook benadrukte hij het belang van samenwerkingen tussen middelgrote economieën tegen de grillen van grootmachten. De boodschap drong diep de Europese huiskamers binnen.
Maar Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, deed weinig met de boodschap van Carney. Sterker nog, zij leek juist Carneys ‘realisme’ aan te roepen bij haar weigering om de illegale Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran te veroordelen. Ondertussen lieten ‘sterke mannen’ Xi en Trump tijdens hun top in Peking op 14-15 mei zien op zoek te zijn naar een mate van stabiliteit tussen grootmachten. Dat is goed nieuws voor Xi: het biedt namelijk ruimte om verder te bouwen aan China’s eigen internationale gemeenschap.
Vanwege de aard van het Chinese politieke systeem legt Peking niet alleen binnen maar ook buiten de grenzen zijn autoritarisme op. Dit doet het onder andere door eigen internationale structuren op te bouwen. Dat ging al een hele tijd geruisloos – vanuit Westers perspectief dan. Nu de Chinese belangen in de wereld toenemen, breidt daarmee ook de Chinese controledrift uit. Ook Europa zal het politieke project van de Volksrepubliek steeds meer gaan opmerken.
Xi Jinpings Moment in de geschiedenis
Afgelopen september werd duidelijk geïllustreerd hoe het Chinese alternatief eruitziet. President Xi bracht zijn ‘eigen’ internationale gemeenschap bijeen. Zoals ‘het Volk’ voor de communist vooral bestaat uit het proletariaat, bestaat voor de Chinese Communistische Partij (CCP) de échte internationale gemeenschap vooral uit het ‘Mondiale Zuiden’. In Tianjin kwamen landen als Rusland, Pakistan en Turkije bijeen voor een vergadering voor een top van de Euraziatische veiligheidsorganisatie SCO. Deze organisatie richtte zich eerst vooral op het machtsvacuüm in Centraal-Azië na de val van de Sovjetunie, maar bestrijkt inmiddels de hele ‘buurt’ van China. De nadruk van deze top lag op economische ontwikkeling, dat voor een groot deel de aantrekkingskracht van China voor minder rijke landen verklaart. Daarna volgde een militaire parade in Peking om de Sovjet-Chinese visie op de betekenis van de Tweede Wereldoorlog te onderstrepen met modern wapentuig.
Peking vindt dat we op een scharnierpunt van de geschiedenis zijn aanbeland. Sinds de coronapandemie spreekt Xi openlijk over het opkomende ‘Oosten’ en het neergaande ‘Westen’. Dit is onderdeel van wat hij de ‘veranderingen niet gezien in honderd jaar’ noemt.
De huidige mondiale onrust is in de ogen van de CCP het gevolg van een kantelpunt in de tegenstelling tussen een neergaand Amerikaans (sic) Westen en een opkomend Mondiaal Zuiden onder aanvoering van het herrijzende China. Dit Chinese verhaal voorziet geen grote rol voor Europa.
Het is niet vreemd dat landen in het Mondiale Zuiden ingaan op de Chinese avances. Trump zet met zijn handelsoorlogen de bijl in de economische en militaire structuren en voert illegale oorlogen tegen landen als Venezuela en Iran. De Europese onmacht in het aangezicht van de vernietiging van Gaza en de opkomende maakindustrie in China zorgen bovendien dat veel opkomende landen liever naar het Oosten kijken.
Er is echter sprake van enige Chinese hoogmoed. Chinese militaire agressie in de eigen regio en een economisch model dat de wereld met exportgoederen overstelpt zorgen ook buiten het Westen voor kopzorgen bij leiders. Bovendien is een drang naar niet-Westerse alternatieven wat anders dan steun voor anti-Westerse stappen. Landen in het Mondiale Zuiden willen vooral kunnen kiezen. Chinese economische dominantie, of een ‘eeuw van Azië’, is dan ook niet vanzelfsprekend.
Hoop op Chinees falen is echter geen optie voor Europa. In Brussel neemt de frustratie toe over het gebrek aan urgentie bij lidstaten over de economische ramp die zich nu al voltrekt binnen de EU. Buiten de grenzen van Europa is het Chinese politieke project ook nog eens succesvoller in het omvormen van de wereld dan het publiek in Europa, het ‘Oude Continent’, erkent. Dit is een gevaarlijke ontwikkeling, zeker gezien de aard van het Chinese politieke systeem.
De Chinese politiek
Elk politiek systeem met invloed in de wereld exporteert namelijk zijn eigen logica. De Britten verzamelden nieuwe koloniën om de handel met bestaande koloniën veilig te stellen. De Amerikanen betrokken de wereld in hun economisch-militair bouwwerk. Het nieuwe Amerika van Trump exporteert de kleptocratie van zijn personalistische regime. Trump en zijn Maga-beweging zetten bovendien frontaal de aanval in op het idee van een pluralistisch Europa.
China is vele malen autoritairder dan de VS. Een Leninistische partijstaat is wat onder de streep overblijft van de Chinese claim nog communistisch te zijn. Veel Europeanen zien, wanneer ze naar China kijken, de façade van de civiele staat van de Volksrepubliek China (PRC) met ministeries, bedrijven en het maatschappelijk middenveld. De echte macht ligt echter bij de partijhiërarchie van de CCP die achter deze façade streng waakt over elke publieke en private instelling.
Xi heeft zich sinds zijn aantreden gericht op het verstevigen van de organisatie en de ideologie die deze hiërarchie aanstuurt. Algemeen Secretaris Xi Jinping staat aan het hoofd van een piramide van ‘partijsecretarissen’. Deze hoge partijkaders hebben het volledig voor het zeggen in hun respectievelijke organisaties en jurisdicties. Alleen boven hen staan de meerderen, inspectie-organen en beleidsprikkels die samen de leiband van de partijdiscipline vormen.
Deze leiband houdt het grote China bijeen terwijl het de noodzakelijke bewegingsruimte toelaat. Verspreid door China vind je kleine koninkrijkjes onder de scepter van lokale partijbazen. Hun lokale almacht betekent dat ze vaak hun eigen gang kunnen gaan, zolang ze de laatste slogans opdreunen en binnen de lijntjes kleuren. Maar, als het mis gaat of iets plotseling gevoelig blijkt, is er altijd een touw waar Xi vanuit Peking aan kan trekken.
Deze logica van gecentraliseerde autonomie is ook terug te zien in het buitenlandbeleid. Het bekende Belt and Road Initiative (BRI) begon niet als volledig masterplan van een Chinese president die in zijn Pekingse bunker vlaggetjes plantte op een landkaart. Xi lanceerde vanuit het ‘Centrum’ dit initiatief die in de ‘grassroots’ betekenis kreeg. Het waren namelijk Chinese provincies en bedrijven die het initiatief concreet maakten door specifieke havens en wegens voor te stellen in samenwerking met welwillende buitenlandse partners.
Wanneer vervolgens heroriëntering nodig was, kon Xi de leiband aanhalen via ambassades, lokale overheden, bedrijven of zelfs boze burgers. Zo kan Peking niet alleen Chinese burgers corrigeren, maar ook andere hoofdsteden en bedrijven herinneren wat er op het spel staat. China creëert daartoe bewust banden die binden. Dat werkt niet alleen via bedrijven. Peking haalt bijvoorbeeld banden aan met buitenlandse elites door economische relaties en persoonlijke banden met ze aan te gaan. Vervolgens zetten deze buitenlandse vrienden zelf druk op collega’s om zich aan Pekings rode lijnen te houden.
Een Europees antwoord
Nederlandse en Europese politici zijn de afgelopen jaren serieus bezig met de uitdagingen waar China hen voor stelt. De focus ligt daarbij op de overheid beter uitrusten om vraagstukken als economische veiligheid en spionage te lijf te gaan. Maar regelgeving en wapens zijn niet voldoende. De opkomst van China vereist politieke innovatie van alle deelnemers aan het democratische debat.
Europa kan veel leren van de democratische landen in Azië, die al langer op de voorste rij zitten van de geopolitieke omwenteling. Van Thailand tot Taiwan hebben betrokken burgers politieke ervaring met autoritarisme. Begin 2020 werd op sociale media een heuse ‘Milk Tea alliance’ gevormd, bestaande uit activisten uit landen die thee met melk drinken. Samen wisselden ze lessen uit hoe om te gaan met de Chinese steun voor democratische achteruitgang.
Waar in Europa burgers het vertrouwen hebben geplaatst in overheden en (in steeds mindere mate) in de vrije markt, organiseren groepjes bezorgde burgers in Taiwan civil defence-training of mobiliseren tegen China-vriendelijke parlementariërs. In Zuid-Korea en Hong Kong gingen jonge mensen zelf de straat op voor democratie. Uitholling door beïnvloeding van politici en bedrijven kan alleen echt gestopt worden wanneer het belang van de vrije democratie door iedereen wordt verdedigd.
Europese regeringen doen er goed aan om zelf ook wat minder af te wachten en lering te trekken uit landen die al langer autocraten buiten de deur proberen te houden. Daarbij moeten ze zich realiseren dat het Westen niet langer alleenheerser is. Een land met de grootte en macht van China vormt onvermijdelijk de wereld. Dat het naoorlogse liberale systeem aan kracht verliest, betekent echter niet dat Europa de strijd voor een liberale wereldorde op moet geven. Bij passiviteit geeft men namelijk ruimte aan de internationaal politieke projecten van Trump, Poetin én Xi. In de Europese zoektocht naar het antwoord op de visies van deze drie mannen is de oproep van premier Jetten om te luisteren naar niet-Westerse visies zonder de eigen waarden te verliezen een goed uitgangspunt.
Sense Hofstede is China-expert en hoofd van het China-team in Brussel van de denktank AMO



