
In de recent uitgekomen verfilming van het boek L’Étranger (de vreemdeling) van Albert Camus, leeft de Franse Algerijn Meursault in een amorele wereld van onverschilligheid. Nadat hij hoort dat zijn moeder net is overleden, toont hij geen emoties. Als hem wordt gevraagd naar het gedrag van zijn vriend, een pooier die zijn maîtresse slaat, antwoordt hij dat dat hun eigen zaak is. Wanneer Meursault terechtstaat voor het doodschieten van een Arabier, toont hij geen berouw en voert hij de verblindende zon aan als reden voor zijn daad. Vlak voor zijn terechtstelling hult hij zich in stilzwijgen, want het tonen van zijn gevoelens zou toch niets uitmaken. Hij oordeelt niet, spreekt zich niet uit of hanteert ook maar enigszins rode lijnen.
De wereld van Meursault doet denken aan de positie van de Europese Unie in de nieuwe wereldorde. Na de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro door de Amerikanen begin januari, en ook na de bombardementen op Iran door de Verenigde Staten en Israël eind februari, bleef het aanvankelijk stil in het overgrote deel van de Europese hoofdsteden. Het absurdisme van de nieuwe wereldorde blijkt uit ontoereikende verklaringen van politici over de onwenselijkheid van de bombardementen van de afgelopen maand, maar de schending van het internationaal recht door de bondgenoten wordt inconsistent veroordeeld. Zelfs toen onze voormalige bondgenoot onlangs met het einde van de Iraanse beschaving dreigde, en daardoor oorlogsmisdaden niet ondenkbaar waren, bleef het slechts bij verontwaardigde verklaringen. Nu Europa onafhankelijker wordt van de Verenigde Staten, en met het recente staakt-het-vuren tussen Iran en de Verenigde Staten in zicht, is het noodzakelijk om in de toekomst een fundamentele discussie te voeren over onze eigen waarden en morele positie die het Europese buitenlands beleid wil uitdragen in de wereld. Inclusief het uitzetten van duidelijke rode lijnen en het vastleggen van de gevolgen als die overschreden worden.
De doodlopende weg van het realisme
Tot nu toe was de gemakkelijkste route voor politici om zich te beroepen op ‘realistisch beleid’, waarbij niet met het geheven vingertje gewezen moet worden maar de focus moet liggen op het verdedigen van ‘onze belangen’. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz verklaarde na de bombardementen op Iran dat nu niet de tijd is om onze bondgenoten ‘de les te lezen’. Ook het Nederlandse kabinet zit in een blijvende spagaat door aan de ene kant begrip te tonen voor bombardementen op het moorddadige bewind in Teheran, maar durft aan de andere kant niet glashelder te erkennen dat dit op gespannen voet staat met het internationaal recht. Bij een recente conferentie van EU-ambassadeurs verklaarde de Europese Commissie voorzitter Von der Leyen dat we op zoek moeten gaan naar ‘een eigen Europees pad’ om samen te werken met onze partners. Von der Leyen riep op tot een ‘meer realistisch buitenlands beleid’ waarbij onze eigen belangen beter verdedigd worden. “Europa kan niet langer de hoeder zijn van de oude wereldorde, van een wereld die verdwenen is en niet zal terugkeren”, zo verklaarde ze ook. Haar uitspraak leidde tot onvrede in het Europees Parlement, waarvan enkele politieke fracties zich afvroegen of dit betekent dat de Europese Commissie het internationaal recht niet meer belangrijk vindt. Daarna krabbelde ze enigszins terug.
Deze route van het realisme is op termijn niet houdbaar. Europa heeft de luxe niet om alleen de taal van het machtspolitieke realisme te spreken. De militaire macht en de politieke eenheid ontbreken om vergaande invloed uit te oefenen in andere werelddelen. Met een oorlog op het eigen continent in Oekraïne, ligt het argument van hypocrisie op de loer in het geval het internationaal recht alleen wordt verdedigd als het ons uitkomt. Europa heeft het meeste te verliezen in een wereld van het recht van het sterkste, doordat onze welvaart en veiligheid onlosmakelijk verbonden zijn met een goed functionerende wereldorde.
Het uitdragen van pragmatisch idealisme
Hier ligt een kans voor een vorm van pragmatisch idealisme in het Europese buitenlands beleid. In de nieuwe wereldorde kijken we daarbij niet naar hoe de wereld is, maar hoe de wereld zou moeten zijn, zonder naïef te zijn over de veranderingen om ons heen. Het is in ons belang om samen met onze partners een op regels gebaseerde wereldorde met vrijhandel, respect voor soevereiniteit en internationaal recht na te streven. Dat is het uitdragen van idealisme. Nu de oude wereldorde stuk is, moeten we ons beseffen dat een waardengedreven buitenlands beleid alleen gebouwd kan worden volgens de regels van het internationaal recht.
Tegelijkertijd moeten we pragmatisch zijn door te erkennen dat de tijd van morele verwijzingen wereldwijd naar het belang van democratieën en mensenrechten steeds minder indruk zal maken en degenen die dit wel blijven doen steeds meer geïsoleerd zullen staan. Dat is het pragmatisme.
Een voorbeeld van pragmatisch idealisme is de Spaanse premier Sánchez. Vlak na de bombardementen in Iran verklaarde hij pal achter het internationaal recht te staan, waarna hij werd gesteund door Frankrijk, Italië, Portugal en de Europese Commissie. Costa, de voorzitter van de Europese Raad, verdedigde een dag na de speech van Von der Leyen de op regels gebaseerde internationale orde. De schendingen van internationaal recht moeten veroordeeld worden, of dat nu plaatsvindt in Gaza, Oekraïne, Groenland of het Midden-Oosten.
Een verdere aanzet tot een discussie over het Europese buitenland beleid gaf de Duitse bondspresident Steinmeier eind vorige maand in een toespraak. Hij stelde dat Europa zich weliswaar militair sterker moet maken, maar dat we niet machtig zullen zijn als we ons aanpassen aan de tijdgeest van meedogenloosheid. “Het verenigde Europa geniet welvaart, vrede, vrijheid en culturele invloed omdat wij rekening houden met anderen. Omdat het oog hebben voor elkaar deel uitmaakt van het Europese DNA: rekening houden met elkaar, met tegengestelde belangen en hun verzoening, met recht en regels, met geschiedenis en nationale achtergronden.”
Europa moet ernaar blijven streven om een betere versie van zichzelf te zijn. Dat is een manier hoe we het wereldbeeld van Trump en Poetin kunnen spiegelen, zonder dat we naïef zijn over de gevaren om ons heen.
De strijd om belangen
Hoe moet Europa zich verhouden tot deze nieuwe wereldorde die steeds meer transactioneel is geworden? Om onze waarden te verdedigen worden we gedwongen ons af te vragen voor welke belangen we willen staan, en hoe we dat willen doen. Een troefkaart hiervoor is het inzetten van de economische macht van de Unie als hefboom in onderhandelingen. De recent overleden Duitse filosoof Jürgen Habermas stelde dat een Unie nodig is die zelfstandig politiek kan handelen, doordat de Europese landen hun mondiale economische gewicht effectief inzetten om hun normatieve overtuigingen en belangen te ondersteunen. Denk in de praktijk aan het verdedigen van de soevereiniteit van Europees grondgebied, zoals we eerder zagen bij Groenland. Nadat de Europese regeringsleiders dreigden de ‘handelsbazooka’ in te zetten als antwoord op een mogelijke annexatie van Groenland door Trump, blies hij zijn plannen af. Economische kracht en (geo)politiek worden daardoor met elkaar verbonden.
Een kenmerk van de nieuwe wereldorde is dat afhankelijkheden aan meerdere geopolitieke dossiers gekoppeld worden. Een voorbeeld hiervan is de opmerking van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rubio over de deelname van Europese landen aan de oorlog in Iran. “Ik denk dat een aantal Europese regeringsleiders zeiden dat dit niet hun oorlog is. Wel, Oekraïne is niet Amerika’s oorlog,” zo stelde hij. Het is een dreigement waarin duidelijk wordt dat Amerika ook zijn handen kunnen aftrekken van de oorlog in Oekraïne als Europa niet meevecht in Iran. De Amerikaanse belangen vallen niet (meer) samen met die van Europa en het benadrukt het belang om onze eigen onafhankelijkheid en onze eigen waarden te verdedigen. Mocht het een argument zijn om ons niet uit te spreken tegen de Amerikaanse schendingen van het internationaal recht vanwege de oorlog in Oekraïne, dan wordt dit vroeg of laat ingehaald door de eis van Washington om blindelings de Amerikaanse belangen te volgen. Met schade als gevolg voor het beeld van Europa op het wereldtoneel. De eerste stap is het niet uitspreken voor het internationaal recht, de tweede, snel daaropvolgende stap is een aanval op onze onafhankelijkheid. Europa kan en zal dat niet tolereren.
De verschillende geluiden binnen de Europese instellingen en hoofdsteden laten een ideeënstrijd zien over het Europese buitenlandbeleid. En dat is nodig ook. Toch blijft het gemakkelijk voor Europa om, net als Meursault, zich niet uit te spreken over de vele schendingen van het internationaal recht. Moeilijker is het om op te staan en ons uit te spreken voor onze waarden en principes. Hoe zou Europa reageren als Cuba zou worden binnengevallen, of als het conflict in Iran opnieuw en in heviger vorm escaleert? Wat we in deze nieuwe wereldorde nodig hebben is verbeeldingskracht om een betere wereld na te streven en een Europese strategie met duidelijke rode lijnen waar we voor willen staan.
Thomas Huttinga is auteur en publicist. Daarnaast werkt hij als docent bij de Universiteit Utrecht. Momenteel schrijft hij een boek over Europese onafhankelijkheid.
